Jelle kramer heeft drie passies: God, vrouwen en de zee. Allen zijn ondoorgrondelijk, zegt de Urker visser op de brug van zijn groenwitte kotter.
‘De maan is te begrijpen, maar de zee en vrouwen nooit.’ Net zo min als de Here God, mijmert de sterke blonde kapitein, en hij staart naar het dek, waar zijn mannen de netten binnenhalen. Deze trek is weer weinig platvis gevangen. Elke twee uur worden de netten uitgeworpen, 24 uur achtereen gedurende de gehele week. Tussen de trekken door slapen de mannen een half uur. De vis wordt duur betaald, maar Jelle kan niet zonder de zee.






